Omvang schade na bedrijfsovername: niet te bewijzen? Geen probleem, aldus de Hoge Raad.

omvang schade na bedrijfsovername

Omvang schade na bedrijfsovername: indien koper een bedrijf heeft overgenomen en achteraf stelt schade te hebben geleden: is het dan steeds een probleem dat koper de omvang van de schade niet kan bewijzen?

Nee, zo blijkt uit de uitspraak van 7 september 2018: ECLI:NL:HR:2018:1435.

Rechtbank en (in hoger beroep) het Hof wezen de vordering van koper tot schadevergoeding af, nu de door koper gebruikte onderbouwing van de schade (een overzicht) niet kon worden gevolgd.
En dat bij gebreke van andere aanknopingspunten niet kon worden vastgesteld welke schade door wederpartij was veroorzaakt.

De Hoge Raad denkt daar anders over.

Omvang schade na bedrijfsovername: ECLI:NL:HR:2018:1435

Deze zaak betrof de overname van een accountantskantoor. De koopprijs en managementvergoeding waren onjuist vastgesteld als gevolg van malversaties door verkoper.

In het kort kwam het erop neer dat verkoper in het jaar na de overname uren die door medewerkers van WEA (= koper) zijn gewerkt als door hemzelf gewerkte uren heeft opgevoerd en uren heeft geschreven die in het geheel niet gewerkt zijn.
Daardoor is bij de berekening van de overnamesom van een te hoge persoonlijke omzet van verkoper zelf uitgegaan, aldus koper, waardoor koper schade heeft geleden ter hoogte van het te veel betaalde.

ECLI:NL:HR:2018:1435, de feiten volgens de Hoge Raad:

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Op 18 oktober 2005 heeft de rechtsvoorgangster van WEA met [verweerder] een schriftelijke overeenkomst gesloten tot overdracht door [verweerder] van diens administratiekantoor (omzet, personeel en handelsnaam) aan WEA per 1 januari 2006.

In die overeenkomst (hierna: de overnameovereenkomst) is onder meer het volgende bepaald:
“3) De door WEA te betalen overnamesom (…) is gebaseerd op een goodwillvergoeding van 90% (…) van de omzet over het boekjaar 2006 (…).
4) De te realiseren omzet 2006 zal bestaan uit omzet door het personeel van WEA, [verweerder 2] en het personeel van [verweerder] ten behoeve van de bestaande en nieuwe relaties van het kantoor van [verweerder].
5) Onder het begrip omzet wordt beschouwd alle declarabele uren in het boekjaar van de huidige bezetting van WEA en [verweerder] tezamen voor het cliëntenbestand en de eventuele nieuwe relaties van het kantoor van [verweerder]. (…).
6) Indien de beoogde omzet in het boekjaar 2006 van € 521.000,– niet wordt bereikt, dan wordt het percentage in artikel 3 voor elke € 90.000,– dat de omzet lager is dan € 521.000,– met 10% verlaagd.
(…)
12) (…). Indien de persoonlijke omzet door [verweerder 2] in het jaar 2006 en/of 2007 lager is dan € 150.000,– per jaar, dan zal de overnamesom lager zijn. (…).
13) De in artikel 12 genoemde herziening van de overname som zal dan worden berekend volgens de onderstaande staffel:
(…)
Indien de persoonlijke omzet van [verweerder 2] in 2006 en/of 2007 minder bedraagt dan € 74.250,–, dan wordt de overname som in afwijking van artikel 6 berekend op basis van 65% van de omzet.

ECLI:NL:HR:2018:1435, de vordering van koper (WEA):

3.2.1 In dit geding vordert WEA, voor zover in cassatie van belang, dat [verweerder] wordt veroordeeld tot betaling van
a) € 131.053,06 excl. BTW wegens te veel betaalde overnamesom;
(…)

3.2.2 WEA heeft aan de vorderingen onder a en b ten grondslag gelegd dat [verweerder] in het jaar na de overname meer uren als persoonlijk gewerkte uren heeft geschreven dan hij in werkelijkheid heeft gewerkt.
Volgens WEA heeft [verweerder] (i) uren die door medewerkers van WEA zijn gewerkt als door hemzelf gewerkte uren opgevoerd, en (ii) uren geschreven die in het geheel niet gewerkt zijn.
Daardoor is bij de berekening van de overnamesom en van de managementvergoedingen van een te hoge persoonlijke omzet van [verweerder] uitgegaan, aldus WEA, waardoor WEA schade heeft geleden ter hoogte van het te veel betaalde.

Omvang schade na bedrijfsovername: oordeel Hoge Raad

4 Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.1.1 Onderdeel 1 ziet op de vorderingen, genoemd hiervoor in 3.2.1 onder a en b. Het onderdeel bevat onder meer de klacht dat het hof heeft miskend dat het de schade op de voet van art. 6:97 BW moet schatten indien de omvang ervan niet nauwkeurig kan worden vastgesteld.

4.1.2 Deze klacht is gegrond. Het hof heeft geoordeeld dat [verweerder] jegens WEA toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overnameovereenkomst. Daarmee heeft WEA als benadeelde partij in beginsel recht op volledige vergoeding van de door haar als gevolg van die tekortkoming geleden schade.

Het hof heeft het bestaan van schade, bestaande in te veel betaalde overnamesom en managementvergoedingen, kennelijk aannemelijk geacht, nu het in zijn tussenarrest WEA heeft verzocht om een lijst op te stellen van de uren die onder de door haar aangehaalde codes als declarabele uren van [verweerder] zijn geadministreerd, terwijl het in werkelijkheid uren van het personeel heeft betroffen.

Het hof heeft vervolgens in het eindarrest geoordeeld dat het door WEA overgelegde overzicht niet kan worden gevolgd en dat bij gebreke van andere aanknopingspunten niet kan worden vastgesteld welk aantal uren [verweerder] onder de bedoelde codes ten onrechte heeft geschreven.

Uit de overwegingen van het hof in dat arrest is niet af te leiden dat het hof is teruggekomen van zijn oordeel dat het bestaan van schade aannemelijk is. Het hof had bij die stand van zaken, nu het kennelijk van oordeel was dat de omvang van de schade niet nauwkeurig kon worden vastgesteld:

1. de omvang van de schade, al dan niet na nadere instructie, op de voet van art. 6:97 BW moeten schatten, dan wel
2. partijen naar de schadestaatprocedure moeten verwijzen, ook zonder dat dit uitdrukkelijk was gevorderd (vgl. HR 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR5211, NJ 2011/601).

Omvang schade na bedrijfsovername: conclusie

Na een bedrijfsovername zal het niet altijd eenvoudig zijn om de omvang van de schade vast te stellen. Dat hoeft dus niet het einde te betekenen van een (terechte) claim tegen verkoper.

Ook indien de omvang van de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, liggen er mogelijkheden: de omvang van de schade schatten of het volgen van een schadestaatprocedure. Nadat door de rechter is besloten dat verkoper aansprakelijk is en het bestaan van schade voor koper aannemelijk acht.

Berkel-Enschot, 10 september 2019
Auteur van dit artikel © :
mr. Enno Schets
Advocaat
Schets Advocatuur
013-5331752
06-57644156
Zie www.schetsadvocatuur.nl

  • Deel dit bericht:
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.