WOR en intentieverklaring

WOR en intentieverklaring

WOR en intentieverklaring – waarop te letten?

WOR en intentieverklaring: in een letter of intent (LOI of intentieverklaring) komt vaak als opschortende voorwaarde voor dat aan de Wet op de ondernemingsraden (WOR) moet zijn voldaan. Wanneer geldt de WOR, wat is het karakter daarvan (bij niet naleving) en wat is de conclusie en mijn advies hierover?

WOR: wanneer OR verplicht?

Artikel 2 lid 1 WOR bepaalt dat de ondernemer die een onderneming in stand houdt waarin in de regel tenminste 50 personen werkzaam zijn, verplicht is een ondernemingsraad (OR) in te stellen en jegens deze OR de voorschriften, gesteld bij deze wet, na te leven.

Het personeelsbestand van 50 werknemers dient enigszins duurzaam te zijn: komt vanwege een pieksituatie tijdelijk het aantal werknemers boven de 50 personen, dan hoeft de ondernemer geen OR in te stellen.

WOR en intentieverklaring: wanneer van toepassing?

Artikel 25 lid 1 sub a WOR bepaalt dat de OR adviesrecht heeft over elk door de ondernemer voorgenomen besluit tot overdracht van de zeggenschap over de onderneming of een onderdeel daarvan.

Er is sprake van overdracht van de zeggenschap over de onderneming of een onderdeel daarvan bij overdracht van de onderneming aan een ander (ofwel overdracht van de onderneming middels een activa transactie: verkoop van inventaris/vorderingen/voorraden en dergelijke) en bij overdracht van een meerderheid van aandelen in een vennootschap aan een ander.

Wanneer sprake is van een zgn. voorgenomen besluit, luister nauwgezet. Een ondernemer zal normaliter niet te snel de OR in een verkooptraject van zijn onderneming willen betrekken. Eerst zal de beoogde verkoop (vrij) concreet moeten worden, want anders wordt er (onnodig) onrust in de eigen organisatie gecreëerd terwijl vervolgens de beoogde koper afhaakt. Hierin zit een spanningsveld: het advies van de OR dient namelijk wel een wezenlijke invloed op het voorgenomen besluit te moeten kunnen hebben.

Er dient aldus goed doordacht en weloverwogen te worden gehandeld en (met beoogd koper) te worden onderhandeld, waarbij contractueel (bijvoorbeeld in de intentieverklaring) rekening wordt gehouden met het adviesrecht van de OR (mede gezien de hierna te behandelen gevolgen van niet naleving van de WOR).

WOR en intentieverklaring: intentieverklaring al tekenen?

Het reeds tekenen van een intentieverklaring zonder meer, zonder vooraf advies van de OR in te winnen, wordt over het algemeen afgeraden.

Houd er, ook bij een beoogde bedrijfsoverdracht, verder rekening mee dat ingevolge artikel 25 lid 1 WOR ook een adviesrecht voor de OR kan bestaan bij elk door de ondernemer voorgenomen besluit tot bijvoorbeeld belangrijke uitbreiding van de werkzaamheden van de onderneming, bij het doen van een belangrijke investering ten behoeve van de onderneming, bij het aantrekken van een belangrijk krediet ten behoeve van de onderneming of bij het verstrekken van een belangrijk krediet aan een andere ondernemer (tenzij dit geschiedt in de normale uitoefening van werkzaamheden in de onderneming).

WOR: wat is het karakter daarvan (bij niet naleving van de WOR)

Artikel 26 WOR bepaalt dat de OR bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam beroep kan instellen tegen een besluit van de ondernemer dat afwijkt van het advies van de OR, waaronder ook valt, zo wordt algemeen aangenomen, het geval dat de ondernemer ten onrechte geen advies aan de OR heeft gevraagd.

Indien de ondernemingskamer het beroep van de OR gegrond vindt, kan zij verklaren dat de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het betrokken besluit had kunnen komen.

De ondernemingskamer kan voorts – indien daarom verzocht – voorzieningen treffen zoals het opleggen van de verplichting aan de ondernemer om het besluit in te trekken of het opleggen van een verbod tot handelen door de ondernemer ter uitvoering van zijn eerdere besluit (op straffe van een dwangsom).

Overtreding van deze voorzieningen is volgens lid 6 van artikel 26 WOR verboden en geldt als een economisch delict.

WOR: welke informatie verschaffen?

Artikel 31 lid 1 WOR bepaalt dat de ondernemer verplicht is desgevraagd aan de ondernemingsraad en aan de commissies van die raad tijdig alle inlichtingen en gegevens te verstrekken die deze voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze nodig hebben. De inlichtingen en gegevens worden desgevraagd schriftelijk verstrekt. De ondernemer is verplicht de gevraagde informatie zo spoedig mogelijk te verstrekken. Als de ondernemer niet meewerkt, kan de OR zich tot de kantonrechter wenden.

WOR en intentieverklaring: conclusie en advies

De WOR speelt onder bovengenoemde omstandigheden een rol bij bedrijfsovername en daarmee verband houdende zaken, zoals bij het verstrekken van leningen aan andere ondernemers. Het is dus zaak daarop alert te zijn en al in een vroegtijdig stadium bijvoorbeeld in beeld te brengen hoeveel werknemers in de (te verkopen) onderneming werkzaam zijn, of er een OR is dan wel wellicht moet komen.

Of misschien als ondernemer (of adviseur daarvan) eerst maatregelen te nemen om te voorkomen dat een OR moet worden ingesteld, alvorens de onderneming of aandelen te kunnen gaan verkopen.

Wordt geen rekening gehouden met de verplichtingen van de WOR, dan kan dit leiden tot rechtsmaatregelen van de OR tegen de ondernemer en dat kan zeker worden gemist in een fase dat sprake is van (beoogde) bedrijfsoverdracht aan een geïnteresseerde koper.

Berkel-Enschot, 9 september 2016
Auteur van dit artikel © :
mr. Enno Schets
Advocaat
Schets Advocatuur
013-5331752
06-57644156
www.schetsadvocatuur.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *